Een treinstation van piepkesdarg
4 april 2009
© Geokids / Annemieke van Roekel
Wonderlijk dat bijzondere mineralen zo’n eenvoudige samenstelling hebben. Zoals het goudkleurige
pyriet, dat alleen uit ijzer en sulfide bestaat. Dankzij de structuur, lijkt pyriet op klompjes
goud. En diamant dan? Het is zuiver koolstof, terwijl houtskool, waar je mee kan tekenen, ook
niet meer is dan een verzameling C-atomen. Het verschil tussen het keiharde diamant en zachte
houtskool is de kristalstructuur.
Ook Norit, een ‘medicijn’ tegen diarree en overgeven is pure koolstof. ‘Actieve kool’ wordt ook
gebruikt in de waterzuivering. De binnenkant van zo’n kristal kan een oppervlakte aannemen van
een voetbalveld. Zo valt er met een paar vierkante meters actieve kool veel water te zuiveren.
En als de koolfilters na lang gebruik vies zijn, worden ze schoongebrand en opnieuw gebruikt.
Maar kampioen-hergebruiker is de aarde zelf! Wat dacht je van het lood en zink dat het dak van je huis
waterdicht maakt? Voor een loodgieter is het ook tweedehands veel waard. In Nederland worden
lood-zinkmineralen gevonden in Limburgs gesteente uit het Carboon, dat bijna zo oud is als de
Amsterdamse fossielen. Maar die mineralen zijn pas 150 miljoen jaar later in dat gesteente terecht
gekomen, via grondwater dat vanuit hete bronnen langs breuken naar boven borrelde.
Het lood was al veel eerder in de geschiedenis van de aarde naar het aardoppervlak getransporteerd.
Dat gebeurde tijdens twee perioden van gebergtevorming, tijdens de Caledonische orogenese rond
430 miljoen jaar geleden, en tijdens de Hercynische orogenese, 345 miljoen jaar geleden. Die
oeroude ertsen losten weer op in water en stroomden uit het gesteente naar bovenliggende
aardlagen, zoals het Carboongesteente. Daar werd het uiteindelijk door mensen gewonnen.
Welke mineralen in Nederland te vinden zijn, en waarom, is allemaal te lezen in het boek
‘De mineralen van Nederland’. In Nederland zijn er behalve Limburg nog vijf ‘geologische
zones’ met hoge concentraties mineralen. In het noorden en oosten van Nederland liggen
de beroemde zoutpilaren in de bodem. Het zout (haliet) is afkomstig uit een tijd dat
Nederland een woestijnklimaat had, rond 250 miljoen jaar geleden. Het was zo heet dat
binnenzeeën en binnenmeren regelmatig opdroogden en een laagje zout op de bodem
achterlieten. Als dat maar vaak genoeg gebeurt, kunnen zo kilometersdikke zoutlagen ontstaan.
Hetzelfde is vijf miljoen jaar geleden de Middellandse Zee overkomen.
Voor de Amsterdamse fossielen is de periode van zoutvorming in Nederland overigens een
treurige tijd. Aan het einde van deze periode (het Perm) worden de zeeën steeds kleiner
en waarschijnlijk ook zuurder, zodat de meeste zeedieren zoals zeelelies, productiden - de reuzenschelpen in
de Amsterdamse stoepbanden - en de
koralen uit die tijd het loodje leggen.
Ook kun je in dit boek lezen waar moerasijzererts vandaan komt. Want
als Amsterdammer(tje) is het leuk te weten dat het Centraal Station voor
een deel van Nederlands ‘ijzeroer’ is gemaakt. Dit ‘moerasijzererts’ ontstaat
in een veenmoeras. Het ijzer lost op uit zand en klei en wordt met het grondwater
meegevoerd. Er zijn in Nederlandse dialecten veel woorden voor ijzeroer te vinden,
zoals poelerts, macaroni-oer of orre, en piepkesdarg in het Gronings.
Het leuke aan mineralen is dat er, net als bij stenen en fossielen, een heel verhaal
achter zit. De schrijvers van dit door Naturalis en KNNV uitgegeven boek helpen ons
een handje dat verhaal te vinden.
De mineralen van Nederland - Door T.G. Nijland e.a.
Naturalis i.s.m.
KNNV Uitgeverij, 2007
104 pagina's, prijs 32,50
ISBN: 97890 6391 003 7